Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Hoeveel keer slingeren per seizoen?

From: Arthur Haillez
To: bijen@cari.be
Sent: Friday, July 03, 2009 12:00 AM
Subject: [bijen] zwermen

Hallo Imkers,

Hoe zit het dit jaar met de zwermen op jullie stand, van mijnentwege kan ik al aangeven dat we ze goed onder controle hebben gehad. Met het toepassen van de beperkte broednestmethode sinds april (koningin opgesloten tussen 2 moerroosters en op enkel 6 broedramen, rest aangevuld met vulblokken) is er geen zwermdrift geweest. Nu is een week geleden dit beperkte broednest terug normaal gebracht en de broedkamers verwisseld maar er zit zoveel nectar in alle cellen dat de koningin nog nauwelijks plaats heeft om te leggen en steeds waswafels moeten ingebracht worden (merk wel reeds 2x geslingerd). Nu bij de controle op doppen zagen we een paar dagen geleden deze met eitjes belegd, uitgebroken en waswafels bijgegeven. Volgens mij zijn we van het zwermen nog niet vanaf..
zijn er andere gedachten of bevindingen..

met vriendelijke groet

arthur

From: Erwin Hoebrechts [mailto:e.hoebrechts@skynet.be]
Sent: Friday, July 03, 2009 5:36 PM
To: bijen@cari.be
Subject: Re: [bijen] zwermen

Hoi allen,

Ik pas de combinatie beperkte broedruimte en werken met éénjarige koninginnen van zachtaardige afkomst al jaren toe. Goede methode voor mezelf en ook voor de buren. Ook ik heb dit jaar geen zwermdop gezien in mijn productievolken. Alleen mijn F0 die haar derde jaar bezig is, had doppen en deze kast heb ik derhalve moeten splitsen. Vrij normaal met zulk een oude koningin.

Verleden jaar geen enkele dop gezien.

Met broedbeperking werken wil wel zeggen dat men zeer snel honingruimte moet bijgeven. Eens dat de beperkte broedruimte moet volgedragen worden bij gebrek aan plaats gaan ze in toch zwermstemming.

Erwin

Van: Ludo De Clercq [mailto:ludo.de.clercq@skynet.be]
Verzonden: donderdag 16 juli 2009 22:50
Aan: bijen@cari.be
Onderwerp: RE: [bijen] zwermen

Dag Erwin en Arthur,

Precies dit euvel (het dichtslibben van de broedruimte met verse nectar en honing) is wat ik probeer te bestrijden door frequenter honing af te nemen (zie "Honing oogsten en verzorgen" ).
Voor dit jaar, dat voorlopig op een eerder gemiddeld jaar lijkt uit te draaien, heb ik de beste kast nu al 9 keer leeggehaald. Bedenk vooral dat er met goede dracht tot 3 kilo honing per dag binnenkomt (dit jaar lag de piek voorlopig op 2.2 kg/dag), wat als nectar 6 tot 10 kilo plaats inneemt. Inderdaad is het niet alleen zo dat nectar veel water bevat, maar bovendien nog een lagere dichtheid heeft (honing aan 18% vocht heeft densiteit 1.42, nectar aan 50% 1.23, aan 70% 1.13).
Het is belangrijk ervoor te zorgen dat tegen het moment van het afnemen van de honing er nog minstens een 5 tot 10 liter raatruimte overblijft.
Een van mijn hoogsels kan stampvol een 15 kilo honing herbergen(10.6 liter), dus om plaats te laten voor de 'nectar van de laatste dag' is 40 tot 66% van een volledig hoogsel vereist. Dat natuurlijk voor een sterk volk.

Dus dat wordt ofwel wolkenkrabbers bouwen (die dan voor warmtehuishoudingproblemen zorgen), ofwel frequenter afnemen. Alles is natuurlijk functie van de standplaats (mikroklimaat en drachtaanbod), maar het is ook zeer belangrijk wat energie te steken in het verbeteren daarvan. Ofwel bijplanten, of verhuizen of reizen met de bijen. Tenslotte kunnen onze bijen niet leven van mais en tarwe en patatjes. Toch spreek ik regelmatig met imkers die ontgoocheld zijn over hun opbrengst, maar wiens kasten in een 'groene woestijn' staan.

Met betrekking tot de recente discussie over 'bijen in de stad' kan ik uit ervaring bevestigen dat stad en randstad het meeste honing brengen. Dit omwille van twee punten. Het eerste is het stads-effect op de temperatuur. Voor Brussel b.v.b. verhoogt dit de temperatuur tot 3 graden tegenover de omgeving, wat zich vertaalt met vroeger uitvliegen 's morgens, en later 's avonds, dus meer uren opbrengst, en minder nachturen met enkel verbruik. Ten tweede zijn er de tuintjes, meestal eigendom van 'groene' mensen die weinig spuiten, dus rijk aan opbrengst en arm aan pesticiden.

Let er wel op dat, als men de bijen op een plat dak plaatst, het belangrijk is om de kasten tegen de wind te beschutten. Hoe hoger boven de grond, hoe sterker de wind. Bijen vliegen ongeveer 40 km/uur, en de praktijk toont aan dat windsnelheden boven de 20 km/uur ter hoogte van het vlieggat negatief werken op de productie. Dus vanaf 4 Beaufort loopt de opbrengst terug. Dat verklaart voor een deel waarom de kuststreek met minder opbrengst moet rekenen.

Optimaal staan de kasten met vliegopening naar ZW tot W (zodat de ochtendzon in de winter geen bijen kan buitenlokken). Een bijna volledig gesloten beschutting aan de noordkant, en aan alle andere kanten een windschut die hoger wordt naarmate men verder van de kasten komt. Ideaal zou het geheel van de windschutten een soort amfitheater vormen dat in de winter de kasten schaduw geeft, en vanaf maart de middagzon toelaat tot bij de kasten. Zo zijn ze in de koude periode beschut tegen buitenlokken door de zon, en krijgen ze een positief microklimaat zo gauw de ontwikkeling moet starten. Als ze daarbij nog aan de zuid- tot west voet van een heuvel kunnen staan hebben ze nog extra voordeel, en gewoonlijk hebben de bloemen daar ook een beter klimaat.

Ik heb 'op de buiten' al bijenhallen zien staan in een weideperceel tussen andere weiden, waar de wind dus vrij spel heeft, met dan nog liefst enkele hoge bomen vlak voor de kasten zodat ze goed in de lommer staan. Dat is natuurlijk het optimum om het microklimaat nadelig te maken.

Het is meestal natuurlijk roeien met de riemen die men heeft. Maar als men hier wat energie insteekt kan men het voor de bijen aangenamer maken. En een bij die in weelde zit imkert vanzelf. Een die regelmatig perioden met tekort meemaakt is gevoeliger voor ziekten, ontwikkelt slecht, en brengt minder honing.

Beste groeten,

Ludo

Van: Erwin Hoebrechts [mailto:e.hoebrechts@skynet.be]
Verzonden: zaterdag 18 juli 2009 8:24
Aan: bijen@cari.be
Onderwerp: Re: [bijen] zwermen

Hallo Ludo,

Je manier van werken was me bekend van één van uw voordrachten. Ik sta achter het feit dat je de bijen voldoende honingruimte moet geven. In die zin slinger ik ook altijd minstens 3 keer; soms 4. Ik wil ook wolkenkrabbers vermijden. Eén hoogsel vol wil zeggen afnemen en slingeren. Het tweede honinghoogsel is dan de extra ruimte waar je van spreekt.
Ik volg ook je stelling die je in die voordracht etaleerde dat men beter kan afleiden uit een z.g.n. "schudtest" of de honing al dan niet rijp is; i.p.v. 66% verzegeling af te wachten. Ik baseer me daar dus ook op sinds toen.

Wat stadsbijen betreft: Vrijwel alle onderzoek dat ik ken, wijst er op dat het platteland in dit opzicht ongezonder is dan de stad, wegens meer gecontamineerd met residuen van pesticiden. Verder is het zo dat in een stadsaanplant de variëteit aan planten en de spreiding van de bloei gunstiger is dan op een platteland met zijn monoculturen.

Erwin