Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Honing oogsten rasgebonden?

 

Van: Ludo De Clercq  

Besten,

Terwijl ik mijn lezeing over de zwarte (nuja, mellifera) aan 't voorbereiden

was, dacht ik eens te spreken over de opbrengst van de verschillende rassen.

Ik dacht dat mijn zwartjes vrij goed scoorden.

Ik had als wereldrecord enkele jaren terug in ons maandblad gelezen dat dit

op een Buckfast-volk stond uit Denemarken, dat zo maar even 351 kilo op 1

jaar opbracht!

Ik vermeldde dit een twee jaar terug op een voordracht over het verzorgen

van honing, en er was een buckfast-imker aanwezig die beweerde dat dit ging

over een dubbel volk, dus twee koninginnen onderaan, en gecombineerde

honingzolders. Als dat klopt is de opbrengst per koningin 'slechts' 175

kilo, wat nog steeds flink gewerkt is.

Hij zou daarbij de koolzaaddrachten van zuid naar noord gevolgd hebben.

 

Kan iemand dit verhaal bevestigen?

 

Ik heb ook eens gezocht op ' honey world record wiki ', en vond

http://en.wikipedia.org/wiki/Ormond_Aebi

Daar wordt vermeld dat A.I. Root een 135 kilo haalde, en dat Ormond Aebi het

beter deed met een 180 kilo.

Nog straffer deed het Earl Emde met 270 kilo (niet bevestigd door Guinness.

Absolute top is Mr. Rob Smith uit Australie in ht Karri gebied, die een

GEMIDDELDE voor 460 kasten vermeldt van 346 kilo.

 

Twee van mijn hoogsels stampvol zijn goed voor een 35 kilo. Dat betekent dus

10 keer slingeren. Als ik wil dat er nog 50% plaats is voor de 'nectar van

de dag', betekent dit zelfs 15 keer slingeren (of 3 hoogsels zetten).

Bij ons beslaat het productieseizoen zo'n 100 dagen (waavan de laatste 30

normaal aan een veel lager tempo).

Dat betekent dus om de week twee volle hoogsels slingeren! Of om de 10 dagen

als we ervan uitgaan dat het seizoen in de Karri langer duurt.

Ik denk dat op een massadracht als koolzaad slingeren om de 4 dagen mogelijk

moet zijn. Maar dat is nog heel wat anders dan dit een heel seizoen vol te

houden.

 

Heeft er iemand bruikbare gegevens om de opbrengst tussen rassen te

vergelijken? Het lijkt er mij op dat plaats en imker een grotere rol spelen.

Of vergis ik mij?

 

Beste groeten

 

 

Ludo

 

David Van Delm -  

Dag Ludo,

 

Ik weeg per volk de honing als onderdeel van de selectie.

Uit een BLUP- testserie (gans seizoen ter plekke zonder reizen) kwam er de beste uit met 77,150kg kg honing.  Er rest ook nog eens ongeveer 10kg in de broedbak, dus minder wintervoeding geven.  Dit is 25% meer als het gemiddelde van mijn stand, die ook ter plekke zijn getest. 

De andere zusterkolonies staan bij een andere teler met andere drachten.  Hieruit kunnen we uitmaken of dit al dan niet goede bijen zijn die ook positieve resultaten halen op een andere plaats. (omgevingsinvloeden uitschakelen)

 

Wat ik denk is dat het veel verschil uitmaakt tussen de raskeuze of je al dan niet reist of ter plekke blijft met drachtonderbrekingen.

Onze BLUP volken hebben een broedstop tijdens de drachtonderbrekingen.  Is echt wel nodig wanneer je dan net geen tijd hebt om bij te voederen zodat ze geen honger komen te lijden.  Indien je doorbroeders hebt dan kan het wel eens rampzalig zijn als je niet reist naar het volgende aanbod, zeker met 50 kasten ter plekke bv.  Maar dat hangt ook allemaal af hoe uw drachtomgeving is, met hoeveel volken je wilt werken en hoeveel volken er nog zijn in uw omgeving.

 

Wij willen geen vleesvolken maar vitale werkers waar het hem in de genen zit door selectie. 

Ik noteer volken met minder broed en minder bijen, met toch een hogere honingopbrengst als grotere volken.

 

In Duitsland is de honingopbrengst gemiddeld gestegen met 379g per volk per jaar via BLUP-selectie. De toename is 13 keer zo sterk als de selectie voorheen zonder teeltwaardeschatting (BLUP-selectie).  (Bienefeld/Tiesler

 

 

Honingopbrengst zal niet noodzakelijk selectiecriteria nr 1 zijn   Voor een beroepsimker wel, in combinatie met zwermtraagheid maar voor een hobbyimker is zachtaardigheid algemeen de hoofdzaak.  Voor beide doeleinden is vitaliteit (wintervastheid, hygiënisch gedrag, varroatolerantie,...) hedendaags van niet te onderschatten waarde.

 

Wat betreft de zwarte bij:  De selectie hierop is veel minder doorgedreven als bv Carnica.  Honing en zachtaardigheid zullen dan ook lager scoren.  Komt waarschijnlijk doordat dit ras minder intensief is veredeld.  Natuurlijk is het een geografisch ras dat beschermt moet blijven.

Via beebreed.eu kan er naast Ligustica, Carnica, Sicula ook Mellifera-gegevens worden bijgehouden.  De rassen worden optimaal veredeld met inteeltcontrole.  Bovendien kan men via teeltwaardeschatting een persoonlijke keuze maken op de eigenschap die men wenst te veredelen.

 

Groeten,

David

 

Van: Ghislain De Roeck  

Goede morgen Ludo en allen,

 

Dergelijke opbrengsten zijn m.i. het resultaat van een aantal gunstige,

samen voorkomende factoren als drachtgebied, bijengedrag, weer en

bedrijfsmethode. En waarschijnlijk ook van wat kunstgrepen vanwege de imker.

Van 1976 tot 1992 hield ik drie rassen naast elkaar, drie volken van elk:

carnica, buckfast en nigra, deze laatste was wel niet meer helemaal zuiver.

Wat ik kon vaststellen was dat de twee eerstgenoemde duidelijk meer honing

oogstten dan de nigra's ... als het weer goed was. In de zomer van 1977

regende het, tijdens de drachtperiode, bijna vier weken, elke dag. Aan het

einde van die periode slingerde ik van elk nigravolk nog een tiental kilo's

honing. De carnica's en buckfasten vond ik op een vrijdagavond aan het einde

van die periode stervend van honger. Ik had toen nog niet zo lang bijen en

dacht eerst zelfs aan een intoxicatie door insecticiden, wat natuurlijk niet

kon omdat landbouwers niet kunnen spuiten bij regenweer!

Maar als het weer goed was, haalden de carnica- en buckfastvolken telkens

ruim het dubbele van de nigra's. Het verschil in opbrengst tussen de carnica

en buckfast was miniem met telkens enkele kilo's meer voor de buckfast, even

goed tijdens de lente als tijdens de zomer. Ik werkte toen en kon niet

steeds elk ingreep tijdig doen voor elk volk (ruimte geven, honingzolders

plaatsen, ...). De verschillen, die statistisch onbetekenend zijn, konden

wellicht daar aan toe geschreven worden en zeggen absoluut niets over een

ras. Nu ik nog alleen met buckfast werk, zie ik die enkele kilo's verschil

ook nog tussen de volken van hetzelfde ras op dezelfde standplaats.

Beste groetjes,

 

Ghislain.