Logo konvib-312

Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background
Slide background

Bron: Maandblad van de Vlaamse Imkersbond
Jaargang: 98
Jaar: 2012
Maand: November
Auteurs: Marcel Van Damme

Honing als wondhelend middel: zin of onzin

36 1Toen ik 25 jaar geleden bijen begon te houden was ik niet alleen gefascineerd door het leven van deze beestjes maar als verpleegkundige was ik ook nieuwsgierig naar de ‘magische’ eigenschappen die aan honing werden toegeschreven. Vooral de oudere imkers beweerden dat er voor elke ziekte of aandoening wel een remedie bestond op basis van honing. Betrouwbare, wetenschappelijk onderbouwde informatie zoeken over dit onderwerp was in die tijd niet zo eenvoudig. Ik ondervond dat vele artikels over dit onderwerp vaak afschrijfsels waren van andere publicaties die dan bovendien nog eens dezelfde fouten bevatten.

Ik moet in die tijd nogal hebben doorgedramd over mijn nieuwe hobby. Zowel artsen als collega’s bezorgden mij langs allerlei kanalen informatie. Zo kreeg ik van een arts in opleiding een artikel over het gebruik van honing voor de behandeling van brandwonden en een ander beschreef dan weer de effecten van honing op wonden die zwaar geïnfecteerd waren. Via de Limburgse imkers kreeg ik dan weer informatie over een onderzoeker, Theo Postmes, die het effect van honing onderzocht op brandwonden.

Doorligwonde

Geheel toevallig kreeg ik de kans om al die vergaarde kennis in de praktijk om te zetten. Op de dienst waar ik toen werkte werden we geconfronteerd met een zeer complexe, necrotiserende doorligwonde. Alle middelen waren al geprobeerd; niets leek te helpen. Bovendien verspreidden de weefsels in ontbinding een zeer onaangename geur. Onder druk van mijn collega’s en na overleg met de behandelende arts werd honing geprobeerd.

Reeds na 24 uur werd er een opmerkelijke verbetering van de wondtoestand vastgesteld: de dode weefsels leken te verweken en op te lossen en de onaangename geur was wonderwel bijna volledig verdwenen. Er werd hier gebruik gemaakt van honing van eigen gewin en met een spatel legden we telkens een dikke laag ‘natuurzalf’ op de wonden. Later leerde ik de zalf Mesitran kennen, een zalf op basis van 48% honig. Dit stelde mij in staat om in de toekomst met een product te werken waarvan de kwaliteit gecontroleerd en de steriliteit gegarandeerd was.

Honing is voor de boterham

Telkens ik vertelde over mijn ervaringen met honing of honingzalf werd fijntjes gelachen: honing is voor de boterham of voor in de thee, niet om in de wonde te smeren. Nu jaren later is er echter heel wat veranderd. Binnen de geneeskunde stapelen de problemen zich op. Met zijn allen leven we langer, maar hiermee verhoogt ook de kans op het krijgen van allerlei kwalen. We worden geconfronteerd met complexere ingrepen en kortere ligduur in het ziekenhuis. Bovendien is elke opname in het ziekenhuis een potentieel gevaar om een ziekenhuisinfectie op te lopen. De moderne mens lijkt ook minder opgewassen tegen de bacteriën en virussen die zijn gezondheid belagen, denkt maar aan de Enterohaemorrhagische Esherichia Coli (EHEC) die vorig jaar de komkommers en de sojascheuten leek te besmetten.

36 2

Moderne antibiotica

Denken dat alle infecties nog kunnen bestreden worden met de middelen waar we nu over beschikken is een utopie. De penicilline die voor het eerst tijdens de tweede wereldoorlog gebruikt werd voldoet al lang niet meer. Bacteriën hebben zich aangepast aan de moderne antibiotica en zijn resistent geworden. En deze negatieve evolutie gaat nog altijd maar voort. We hebben er dus alle belang bij om de reserveantibiotica die ons nog rest met zorg te besteden. Net hierbij kan het gebruik van verbanden op basis van honing helpen.

Honing in zalf of gel

Er is ondertussen al heel wat onderzocht en gepubliceerd over honing. Wie op het net naar informatie gaat zoeken zal versteld staan over de tsunami van informatie die op hem afkomt. Er zijn nu tal van wondzorgproducten op de markt waarbij honing onherkenbaar verwerkt werd in een zalf of gel. Honing heeft een sterk vochtaantrekkende vermogen en de gel houdt dit vocht vast zodat een snellere wondheling plaats heeft. Door aan de zalf stoffen te gaan toevoegen die in het verleden reeds gekend waren als wondhelend krijgen we een nieuw product dat zeker zijn plaats verdient tussen alle courante wondverzorgingsproducten.

Wondhelende eigenschappen

Hoewel reeds lang de wondhelende eigenschappen van honing bekend waren (oude culturen als de Maya’s en Egyptenaren hadden een receptuur op basis van honing) is het pas de laatste decennia dat hierover uitvoerig werd gepubliceerd. Honing bevat 80% suikers, hierdoor heeft het een sterk vochtaantrekkend vermogen. Bacteriën die zich in een vochtig milieu optimaal gaan vermenigvuldigen krijgen het in contact met honing lastig, ze gaan schrompelen en sterven uiteindelijk. Een ander product dat bijdraagt tot de ontstekingsremming is het enzyme glucose-oxidase dat van nature in onverhitte honing voor komt. In een vochtig milieu gaat dit enzyme reageren met de verdunde glucose.

De glucose wordt omgezet in gluconzuur en tegelijkertijd komt er waterstofperoxide vrij. Dit laatste product kennen we beter als zuurstofwater en we weten hiervan dat het een sterk ontsmettende werking heeft. Honing is van nature reeds een zuur product (pH 3-5), door de aanwezigheid van het gevormde gluconzuur neemt de zuurtegraad nog toe en we weten dat bacteriën niet goed groeien in een zuur milieu. Honing heeft niet alleen sterke kiemdodende eigenschappen maar bevat daarnaast ook tal van voedende stoffen die de celregeneratie bevorderen. Dit alles maakt het zo’n waardevol product dat zeker zijn plaats verdient in een modern wondprotocol.

36 3